Raad van State bevestigt dat een project-mer-screening niet pas in graad van beroep aan de aanvraag kan worden toegevoegd

Hoewel er op dit vlak ook genuanceerde rechtspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) bestaat, oordeelde deze bestuursrechter al meermaals dat het aanvullen van een omgevingsvergunningsaanvraag met een project-mer-screening(snota) in graad van administratief beroep strijdig is met de bevoegdheidsverdeling in twee administratieve aanleggen zoals voorzien in het Omgevingsvergunningsdecreet. Dit oordeel van de RvVb werd in de (rechts)praktijk met het nodige voorbehoud benaderd. Hiervoor werd verwezen naar het instrument van de bestuurlijke lus van artikel 13 van het Omgevingsvergunningsdecreet.

In een recent arrest bevestigt de Raad van State (als cassatierechter) evenwel dat een project-mer-screening inderdaad niet pas in graad van beroep aan de aanvraag kan worden toegevoegd. Het arrest concludeert meer bepaald:

Het middel dat ervan uitgaat dat de in laatste administratieve aanleg bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, een onregelmatigheid in het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek van de in eerste administratieve aanleg bevoegde overheid, vermeld in artikel 15 OVD - meer bepaald de ontvankelijkheids- en volledigheidsbeslissing in eerste administratieve aanleg bij het ontbreken van een project-m.e.r.-screeningsnota bij de vergunningsaanvraag - kan herstellen, faalt derhalve naar recht.

Dit arrest onderstreept nogmaals het belang van de volledigheid van een omgevingsvergunningsaanvraag.

Ministeriële instructie betreffende de stikstofproblematiek

Op 25 februari 2021 velde de Raad voor Vergunningsbetwistingen het zogenaamde stikstofarrest. Het arrest oordeelde dat projecten die aanleiding geven tot stikstofdeposities in speciale beschermingszones (SBZ) niet langer wettig kunnen worden beoordeeld volgens de vPAS-regeling. De vPAS-regeling vereiste voor een dergelijk project geen passende beoordeling als op basis van een voortoets bleek dat de stikstofdepositie lager was dan 5% van de kritische depositiewaarde van de betrokken SBZ.

Op zondag 2 mei legde minister Demir via een ministeriële instructie aan de adviesverlenende overheden een nieuw tussentijds kader vast voor de beoordeling van omgevingsvergunningsaanvragen. De instructie geldt in afwachting van een definitief PAS-kader dat eind dit jaar wordt verwacht. De instructie geldt voor omgevingsvergunningsaanvragen zonder meer en maakt geen onderscheid tussen loutere aanvragen tot hervergunning en aanvragen die aanleiding geven tot bijkomende deposities.

Nieuwe drempelwaarde voortoets

De instructie legt een nieuwe drempelwaarde vast waaronder geen passende beoordeling moet gebeuren. De drempelwaarde bedraagt 1% van de kritische depositiewaarde van de meest gevoelige getroffen SBZ met een maximale absolute bijdrage van 0,3 kg N/Ha/jaar.

Deze drempelwaarde geldt enkel voor NOx-deposities en voor ammoniakdeposities van industriële bronnen. Voor ammoniakemissies veroorzaakt door veehouderijen en mestverwerkingsinstallaties geldt de drempelwaarde niet en moet steeds een individuele beoordeling worden gemaakt die desgevallend aanleiding zal geven tot een passende beoordeling.

Passende beoordeling: overschrijding van de kritische depositiewaarde door NOx en ammoniak van industriële bronnen leidt niet noodzakelijk tot een weigering van de vergunning mits toepassing van BBT of BBT+

Wanneer uit de voortoets blijkt dat een passende beoordeling noodzakelijk is, benadrukt de instructie dat een overschrijding van de kritische depositiewaarde niet automatisch kan worden aanzien als een significant effect en bijgevolg niet per definitie tot een ongunstige passende beoordeling (en een weigering van de omgevingsvergunning) moet leiden.

Bedraagt het aandeel in de kritische depositiewaarde van de meest gevoelige getroffen SBZ tussen 1% en 5%, dan is een gunstige passende beoordeling mogelijk mits toepassing van de gangbare emissiereducerende maatregelen (BBT en beoordeling kosteneffectiviteit volgens de kosteneffectiviteitsdrempel van 8,6 EUR/kg NOx zoals vooropgesteld door het Luchtbeleidsplan). Bij een aandeel in de kritische depositiewaarde vanaf 5% dienen zogenaamde BBT+ maatregelen te worden genomen (zijnde maatregelen die de kosteneffectiviteitsdrempel van 8,6 EUR/kg NOx overschrijden). Vanaf een aandeel in de kritische depositiewaarden van 50% is volgens de instructie een gunstige passende beoordeling niet langer aangewezen.

Onmiddellijke toepassing op nieuwe en lopende aanvragen

De instructie is onmiddellijk van toepassing op nieuwe omgevingsvergunningsaanvragen. Daarnaast is ze onmiddellijk van toepassing op alle lopende vergunningsaanvragen waarin nog geen definitieve beslissing genomen werd. Aanvragers worden gevraagd om via de wijzigingslus het aanvraagdossier te vervolledigen in het licht van de instructie.

Genuanceerde benadering noodzakelijk

De ministriële instructie geeft aan dat de richtlijnen niet steeds mechanisch kunnen worden toegepast. Sertius werkt dan ook steeds op maat van het project een aanpak uit die tot de meest rechtszekere vergunningverlening kan leiden in de gegeven omstandigheden.

Vlaamse Regering verlengt civiele noodsituatie

Als gevolg van de heropleving van het COVID-19 virus en opkomende varianten van het virus en de nood om de vaccinaties tegen dit virus zo snel mogelijk uit te voeren, verlengt de Vlaamse Regering, in toepassing van artikel 4, §1, eerste lid van het Nooddecreet van 20 maart 2020, met een besluit van 26 februari 2021 de huidige civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid, alsook de termijn waarbinnen de afwijkingsregeling op omgevingsvergunnings- of omgevingsmeldingsplicht geldt.

De civiele noodsituatie start op 27 februari 2021 en duurt 120 dagen, zodat de civiele noodsituatie vastgesteld blijft tot en met 26 juni 2021. De civiele noodsituatie geldt louter in het kader van de afwijkingsregeling op de omgevingsvergunnings- of omgevingsmeldingsplicht voorzien in artikel 4 van het Nooddecreet van 20 maart 2020.

Dit betekent dat andere noodmaatregelen die zouden verwijzen naar de civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid die waren vastgesteld n.a.v. de eerste golf van COVID-19 besmettingen niet automatisch herleven.

Het besluit is in werking getreden op 27 februari 2021.

Energetische keuring van airconditioningsystemen

Een besluit van de Vlaamse Regering van 8 januari 2021 voorziet in de gedeeltelijke omzetting van de Europese EPBDIII-richtlijn in de Vlaamse regelgeving. Hiertoe past dit besluit o.a. Vlarem II aan.

Zo wijzigt dit besluit het toepassingsgebied van de energetische keuring van airconditioningsystemen, in die zin dat een airconditioningsysteem dat gecombineerd is met een ventilatiesysteem voortaan ook onder de keuringsverplichting valt.

Verder wordt de keuringsfrequentie van de airconditioningsystemen gewijzigd. Als gevolg van deze wijziging zijn alle airconditioningsystemen met meer dan 12 kW nominaal koelvermogen onderworpen aan een energetische keuring om de vijf jaar. Het besluit voorziet wel in een aantal vrijstellingen van de keuringsverplichting (zie hierover artikel 3 van het besluit).

Naast Titel II van het Vlarem wijzigt dit besluit ook het Stooktoestellenbesluit (wijzigingen omtrent verwarmingsaudit), het Vlarel en het Milieuhandhavingsbesluit. Verder wordt het ministerieel besluit van 10 februari 2011 tot vastlegging van de frequentie en de elementen van de keuring van airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW in gebouwen opgeheven.

Dit besluit is in werking getreden op 7 maart 2021.

Webinars 2021: Schrijf u hier in

Ook in 2021 biedt Sertius over uiteenlopende thema’s opleidingen aan voor de milieuprofessional (milieuverantwoordelijke/milieucoördinator). De insteek hierbij is actuele topics, zowel technisch als juridisch, op een kwaliteitsvolle en bevattelijke manier brengen.

De opleidingen worden online via webinar georganiseerd. Mocht de situatie het toelaten, is het niet uitgesloten dat vanaf een bepaald ogenblik het programma op locatie wordt aangeboden.

Voor het gedetailleerd programma, klik hier

Om u in te schrijven, klik hier

Kostprijs per opleiding: € 230,- excl. BTW voor klanten en ambtenaren
(€ 380,- excl. BTW voor niet-klanten)
10 % korting bij inschrijving van de ganse reeks van 8 webinars.

Donderdag 11 februari 2021:
Voorjaarsadministratie en opvolging periodieke verplichtingen: een overzicht en voorstel tot aanpak door de milieucoördinator
Donderdag 25 maart 2021:
Update omgevingsrecht
Donderdag 29 april 2021:
De omgevingsvergunningsaanvraag als project! Valkuilen voor de volledigheidsverklaring, hoe pak je een aanvraag aan?
Donderdag 27 mei 2021:
Handhaving
Donderdag 9 september 2021:
Ruimtelijke ordening voor de milieucoördinator
Donderdag 7 oktober 2021:
Effectbeoordeling in de omgevingsvergunningsaanvraag: hoe volledigheid garanderen?
Donderdag 18 november 2021:
Rechtspraak op maat van de milieucoördinator
Dinsdag 7 december 2021:
VLAREM – trein 2019 en praktische evoluties omgevingsloket 2020/2021

Webinar: Omgevingsvergunning, aandachtspunten vanuit de wetgeving, de praktijk en topics uit de rechtspraak - 16 december 2020

De vergunningspraktijk is met het Omgevingsvergunningsdecreet fundamenteel gewijzigd. Denk hierbij onder meer aan het begrip project, de koppelingsplicht omwille van onlosmakelijk met elkaar verbonden elementen van een project, de regels voor het bepalen van de bevoegde overheid en de mogelijkheid tot oplossingsgericht vergunnen. Het decreet geeft enerzijds aanleiding tot interpretatie en laat anderzijds een beoordelingsbevoegdheid aan de vergunningverlener. Evident bouwt het Omgevingsvergunningsdecreet voor een aantal aspecten ook voort op de vroegere regelgeving, waaronder de project-m.e.r.-screening.

Deze studievoormiddag vertrekt vanuit een aantal principes uit de regelgeving om vervolgens in te gaan op de invulling ervan door de vergunningverlener. Daarnaast worden een aantal topics aangereikt vanuit de rechtspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Al te vaak worden vergunningsbesluiten vernietigd, omwille van tekortkomingen aan de vergunningsaanvraag.

Het programma beoogt de aanvrager bewust te maken van het belang van een robuuste aanvraag als grondslag voor een efficiënter en sluitender procedureverloop.

Onder meer de volgende vragen zullen worden behandeld:

- Wat is de draagwijdte van het begrip project en is deze dezelfde voor het bepalen van de scope van de aanvraag als voor het aanduiden van de bevoegde overheid?

- Wanneer speelt de koppelingsregeling en wat houdt ze precies in?

- Kan een totaalproject nog worden opgesplitst in deelprojecten?

- In welke gevallen is sprake van een bouwtechnisch en functioneel geheel en wanneer vormt een exploitatie een samenhangend technisch geheel?

- Wat zijn de mogelijkheden om een aanvraag in graad van bestuurlijk beroep te wijzigen en welke grenzen worden hieraan gesteld?

- Wanneer geldt de project-m.e.r.-screeningsplicht?

- Kan een project-m.e.r.-screeningsnota tijdens de procedure worden toegevoegd of aangevuld?

Voor meer info en inschrijving, klik hier.

Webinar: Adders (en rode bosmieren) onder het gras! Omgevingsvergunning en natuurbehoud - 30 november 2020

Sinds 1 augustus 2018 is de natuurvergunning geïntegreerd in de omgevingsvergunning. Weet ik daarmee als initiatiefnemer van een project voldoende of gaat de aandacht voor natuur in het kader van een omgevingsvergunningsaanvraag verder? Wat wordt er immers bedoeld met begrippen zoals natuurtoets, verscherpte natuurtoets en passende beoordeling?

Wat zijn de verschillen tussen deze begrippen en wanneer moeten ze uitgevoerd worden?

Moet de exploitant daar zelf het initiatief toe nemen of ligt dit volledig in handen van de bevoegde overheid?

Deze studievoormiddag schetst het belang van een grondige, voorafgaandelijke evaluatie van de mogelijke invloed van een project op natuur en omgekeerd zodat de vergunningverlening en de uitvoering van het project niet worden gehypothekeerd. Dit belang geldt ongeacht de ligging van het project: ook natuur op een industriegebied geeft regelmatig aanleiding tot maatregelen op project- of uitvoeringsniveau.

Er wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste raakvlakken tussen de natuurwetgeving en de omgevingsvergunningverlening waarbij zowel het juridisch kader, de visie van de overheid als de praktijk aan bod komen?

Voor meer info en inschrijving, klik hier.

Vlaamse Regering stelt nieuwe civiele noodsituatie vast

Als gevolg van de heropleving van het COVID-19 virus stelt de Vlaamse Regering, in toepassing van artikel 4, §1, eerste lid van het Nooddecreet van 20 maart 2020, met een besluit van 30 oktober 2020 een nieuwe civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid vast.

De civiele noodsituatie start op 30 oktober 2020 en duurt 120 dagen, zodat de civiele noodsituatie vastgesteld blijft tot en met 27 februari 2021. De civiele noodsituatie geldt louter in het kader van de afwijkingsregeling op de omgevingsvergunnings- of omgevingsmeldingsplicht voorzien in artikel 4 van het Nooddecreet van 20 maart 2020.

Dit betekent dat andere noodmaatregelen die zouden verwijzen naar de civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid die waren vastgesteld n.a.v. de eerste golf van COVID-19 besmettingen niet automatisch herleven.

Het besluit is in werking getreden op 30 oktober 2020.

Covid-19 en de Brusselse milieuwetgeving: verlenging van sommige termijnen uit OMV

De coronacrisis heeft ook de Brusselse Hoofdstedelijke Regering ertoe aangezet om uitzonderlijke maatregelen te nemen, waaronder het volmachtbesluit nr. 2020/001 betreffende de tijdelijke opschorting van de verval-en beroepstermijnen die vastgelegd zijn in de Brusselse wetgeving en reglementering of die op grond daarvan zijn ingevoerd (zie bericht van 15 april 2020). De opschortingsperiode werd tweemaal verlengd en liep tot 15 juni 2020 (zie bericht van 25 mei 2020).

Daar een terugkeer naar een normale situatie niet op korte termijn te verwachten valt, voorziet de Brusselse regering met een besluit van 10 juni 2020 in begeleidingsmaatregelen bij de opheffing van de voormelde opschorting. Hiertoe voorziet dit besluit o.m. in een verlenging met zes maanden van de vervaltermijn waarin het college van burgemeester en schepenen of Leefmilieu Brussel zijn beslissing over een aanvraag tot milieu-attest of milieuvergunning moet bekendmaken (artikelen 17, 32 § 2, 36 § 2bis, 43 § 2, 47 § 2bis en 51 § 2 van de ordonnantie milieuvergunning).

Deze verlenging geldt voor de volgende aanvragen (zie artikelen 3 en 4):
- de lopende aanvragen die in behandeling zijn op 16 juni 2020 en waarvan de behandelingstermijnen werden opgeschort door het volmachtbesluit nr. 2020/001;
- de aanvragen ingediend tussen 16 juni 2020 en 31 december 2020.

Het besluit voorziet verder in een specifieke regeling inzake verlenging van geldigheidsduur van milieuvergunningen waarvan de ‘hermachtingsaanvraag’ loopt of nog moet worden ingediend. Het betreft meer precies de milieuvergunningen waarvan de geldigheidsduur afloopt tussen 16 juni 2020 en 15 december 2020 of waarvan de verlenging afhangt van een formaliteit die moet worden vervuld tussen 16 december 2019 en 15 december 2020 (zie verder artikel 6, § 1).

Andere aspecten die het besluit regelt, hebben betrekking op (de verlenging van) de toegestane termijn voor het uitbrengen van het advies van de overlegcommissie (artikel 7), de organisatie en het houden van openbare onderzoeken en overlegcommissies (artikel 8) en de termijnverlenging voor het invullen van bepaalde ‘sectorale verplichtingen’ (stookolietanks, opleiding koeltechnici; zie artikel 6, § 2 en § 3).

Het besluit is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 16 juni 2020 en treedt op dezelfde dag in werking.

Covid-19 en de Brusselse milieuwetgeving: tweede verlenging van de schorsingsperiode

Met een besluit van 2 april 2020 schorste de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest alle vervaltermijnen, beroepstermijnen en alle termijnen waarvan het verstrijken een juridisch gevolg heeft voor een periode van 30 dagen en werden aflopende beslissingen van rechtswege verlengd (zie bericht van 15 april 2020).

Deze schorsingsperiode werd een eerste maal verlengd via een besluit van 16 april 2020 (zie bericht van 27 april 2020). Ook beslissingen die tijdens de verlengde opschortingsperiode aflopen of waarvan de verlenging afhangt van een formaliteit die tijdens de verlengde opschortingsperiode moet worden vervuld, werden van rechtswege verlengd met een duur die gelijk is aan de verlengde opschortingsduur.

Een besluit van 14 mei 2020 voorziet in een tweede verlenging, meer bepaald tot 15 juni 2020.

De akten en beslissingen waarvan de geldigheidsduur tijdens de betrokken periode afloopt of waarvan de verlenging afhangt van een formaliteit die vervuld moet worden tijdens de kwestieuze periode, worden geacht verlengd te worden met een duur die gelijk is aan de opschortingsduur.

Noodbesluit materialen bis

Met een eerder noodbesluit werd in bepaalde uitzonderingen op (procedurele) Vlarema-bepalingen inzake opslag van risicohoudend medisch afval (RMA) voorzien (zie bericht van 2 april 2020).

Daar deze uitzonderingen niet blijken te volstaan om aan de grote vraag naar RMA-recipiënten te voldoen, beoogt een nieuw besluit van de Vlaamse Regering, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 6 mei 2020, om naast de reglementaire verpakkingen, ook alternatieve inzamelrecipiënten en –methoden mogelijk te maken om ervoor te zorgen dat de RMA-inzameling op een veilige en milieu-hygiënische wijze kan blijven verlopen.

Dit besluit is in werking getreden op 22 april 2020 en is geldig tot 2 maanden na het beëindigen van de civiele noodsituatie.

UPDATE:

De studiedag op 28 mei 2020 wordt omwille van het corona-virus geannuleerd en zal verplaatst worden naar het najaar. Een exacte datum staat nog niet vast. Hou onze website zeker in de gaten voor de nieuwe datum.

Covid-19 en de Brusselse milieuwetgeving: omzendbrief afvalinzameling en beheer

In het Belgisch Staatsblad van 6 april 2020 verscheen een omzendbrief m.b.t. de afvalinzameling en het afvalbeheer in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Naast maatregelen m.b.t. de huisvuilinzameling, bevat de omzendbrief maatregelen m.b.t. afvalstoffen uit de Covid-19-eenheden van de gezondheidsinstellingen en maatregelen m.b.t. de administratieve verplichtingen inzake afvalstoffen in het algemeen.

Om tegemoet te komen aan een dreigend tekort aan specifieke verpakkingen voor infectueuze afvalstoffen van Covid-19-eenheden van verzorgingsinstellingen, wordt toegestaan dat deze afvalstoffen tijdelijk in alternatieve recipiënten worden afgevoerd. De toegelaten alternatieven moeten wel UN-erkend zijn (UN 3291), mogen niet gemakkelijk geopend kunnen worden en moeten specifiek geëtiketteerd worden.

Wat betreft de administratieve verplichtingen m.b.t. afvalstoffen, wordt uitstel verleend op de wettelijke rapportageverplichtingen en dient bij het in ontvangst nemen van afvalstoffen geen handtekening meer te worden aangebracht op de traceerbaarheidsdocumenten. De traceerbaarheid moet wel digitaal gegarandeerd worden.

Covid-19 en de Brusselse milieuwetgeving: verlenging van de schorsingsperiode

Bij besluit van 2 april 2020 schorste de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest alle vervaltermijnen, beroepstermijnen en alle termijnen waarvan het verstrijken een juridisch gevolg heeft voor een periode van 30 dagen en werden aflopende beslissingen van rechtswege verlengd (zie bericht van 15 april 2020).

Bij besluit van 16 april 2020, werd de schorsingsperiode verlengd tot 15 mei 2020. Ook beslissingen die tijdens de verlengde opschortingsperiode aflopen of waarvan de verlenging afhangt van een formaliteit die tijdens de verlengde opschortingsperiode moet worden vervuld, worden van rechtswege verlengd met een duur die gelijk is aan de verlengde opschortingsduur.

Noodbesluit omgevingsvergunning aangepast

Naar aanleiding van de civiele noodsituatie keurde de Vlaamse Regering op 24 maart 2020 een reeks maatregelen (termijnverlengingen en procedurele aanpassingen) goed m.b.t. de omgevingsvergunning (zie bericht van 27/3).

Bij de toepassing van de maatregelen uit dit zgn. Noodbesluit omgevingsvergunning rezen een aantal vragen, inzonderheid omtrent de verlenging van de beroepstermijn en (het tijdstip van) de verderzetting van de lopende opgeschorte openbare onderzoeken na 24 april 2020 en de bekendmaking hiervan.

Om de regelgeving in dit verband te verduidelijken wijzigde de Vlaamse Regering met een besluit van 22 april 2020, het Noodbesluit omgevingsvergunning. Tegelijk wordt met het wijzigingsbesluit voorzien in een verlenging van de vervaltermijn en de verlenging van de geldigheidsduur van bepaalde omgevingsvergunningen en meldingsakten. Tot slot wordt met het besluit de mogelijkheid geboden om de informatievergadering zoals bedoeld in artikel 25 van het Omgevingsvergunningsbesluit digitaal te laten doorgaan.

Het besluit treedt in werking op 22 april 2020.

Update - Geen verlenging coronamaatregelen omgevingsvergunning

Naar aanleiding van COVID-19, waren lopende openbare onderzoeken verplicht opgeschort vanaf 25 maart tot 24 april 2020. Nieuwe openbare onderzoeken konden niet worden opgestart. De behandelings-en beslissingstermijnen van lopende en nieuwe dossiers werden verlengd (zie bericht 27/03).

Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir maakte in een persbericht bekend dat er geen extra verlenging komt van de behandelingstermijnen en de opschorting van de openbare onderzoeken voor omgevingsvergunningen.

Dit betekent dat de resterende dagen van de opgeschorte openbare onderzoeken kunnen worden verdergezet na 24 april 2020. Nieuwe openbare onderzoeken kunnen worden opgestart vanaf 25 april 2020. Een verplaatsing naar het gemeente-of stadhuis voor inzage in dossiers is dan ook toegelaten volgens het perbericht. Hierbij moeten wel de nodige veiligheidsmaatregelen in acht genomen worden.

De minister geeft verder nog aan dat de geboden mogelijkheid van termijnverlenging niet automatisch zal leiden tot een effectieve verhoging van de doorlooptijd van een vergunningsdossier. Vergunningverlenende overheden zouden zelfs in deze coronatijden nog voldoende operationeel zijn.


Klik hier verder naar het persbericht.

Covid-19 en de Brusselse milieuwetgeving - Update

Met het besluit nr. 2020/01 van 2 april 2020 voorziet de Brusselse Hoofdstedelijke Regering op basis van de nood-ordonnantie van 19 maart 2020 (zie bericht van 27/3) in een opschorting, vanaf 16 maart 2020 voor een duur van één maand, van alle vervaltermijnen, beroepstermijnen en alle termijnen waarvan het verstrijken een juridisch gevolg heeft. Deze termijn kan tweemaal met eenzelfde duur verlengd worden. Beslissingen die genomen worden binnen de opschortingsperiode zijn ‘volledig rechtsgeldig’, zonder dat ze afbreuk kunnen doen aan de rechten van de rechtsonderhorigen om binnen de verlengde termijn hun rechten uit te oefenen (bv. vereist advies, inspraak).

Bovendien worden beslissingen (waaronder milieuvergunningen) die tijdens de opschortingsperiode aflopen of waarvan de verlenging afhangt van een formaliteit die tijdens de opschortingsperiode moet worden vervuld, van rechtswege verlengd met een duur die gelijk is aan de opschortingsduur.

De opschortingsregeling geldt voor de erdoor geviseerde termijnen in o.m. de milieuvergunningenordonnantie, het Brussels wetboek van ruimtelijke ordening en de bodemordonnantie.

Webinar: Impact van corona op de omgevingspraktijk

Sertius organiseert op donderdag 23 april van 11u tot 12u een Webinar omtrent de impact van corona op de omgevingspraktijk:

Een toelichting bij de "coronabesluiten" voor omgevingsvergunningen, bodem en materialen, met praktische vertaalslag naar omgevingsvergunningsprocedures en bodemverplichtingen.

Het webinar biedt een antwoord op prangende vragen zoals:
- Zal uw project vertraging oplopen?
- Kan een overdracht van een risicogrond nog (op tijd) doorgaan?
- Wordt de termijn voor het indienen van mijn bodemonderzoek ook verlengd?
- Hoe wordt een openbaar onderzoek georganiseerd in coronatijden?
- Wat met de beroepstermijnen?

De focus ligt op Vlaanderen maar er wordt ook kort stilgestaan bij de Waalse en Brussels corona-ingrepen in de omgevingswetgeving.

Sprekers:
Steven Deleersnyder, omgevingsjurist Sertius
Bart Meyns, bodemdeskundige Sertius

Datum:
Donderdag 23 april 2020, van 11u tot 12u (incl. Q&A)

Inschrijving
Gratis deelname, wel vooraf deelname bevestigen via deze link
U ontvangt een aantal dagen ervoor de persoonlijke uitnodiging voor het Live Event (Ms Teams)

Noodbesluit bodem en materialen

De Vlaamse Regering heeft in uitvoering van het Nooddecreet op 27 maart 2020 ook maatregelen getroffen wat betreft de Vlaamse materialen- en bodemwetgeving.

Samengevat betreffen de maatregelen:

Bodem

- De termijn waarbinnen de OVAM zich uitspreekt over de conformiteit van een bodemsaneringsproject (ander dan een beperkt bodemsaneringsproject) wordt verlengd met 30 dagen. Dit geldt voor de bodemsaneringsprojecten bij de OVAM ingediend vóór 27 maart 2020 en waarvoor ze nog geen uitspraak heeft gedaan zowel als voor de bodemsaneringsprojecten die vanaf 27 maart 2020 bij de OVAM worden ingediend.

- De termijn van dertig dagen waarbinnen de personen die aangewezen zijn op de bekendmaking via aanplakking om een administratief beroep in te dienen wordt verlengd met dertig dagen.

- De op 27 maart 2020 lopende openbare onderzoeken worden geschorst en verdergezet na 24 april 2020. Nieuwe openbare onderzoeken kunnen maar georganiseerd worden na 24 april 2020.

Materialen

- Risicohoudend medisch afval ('RMA') moet in principe worden opgeslagen in recipiënten die, eens gevuld, definitief worden gesloten. Gezien het dreigende tekort aan dergelijke recipiënten en gezien de initiatieven om bv. de decontaminatie van mondmaskers en andere beschermingsmiddelen te testen met het oog op het hergebruik ervan, mag hiervan tot en met 17 juli 2020 worden afgeweken. De sluiting mag tijdelijk gebeuren met een spanring of gelijkwaardige afsluiting die vermijdt dat het het recipiënt eenvoudig kan worden geopend, zonder dat de sluiting definitief is. De recipiënten moeten tevens UN gekeurd zijn volgens de ADR-richtlijnen, moeten voorzien zijn van een Y-keur voor vaste stoffen en moeten voldoen aan alle andere voorwaarden van onderafdeling 5.2.3 van het Vlarema.

- Het identificatieformulier dat het afvaltransport (alle afvalstoffen, niet beperkt tot RMA) moet begeleiden, moet tot en met 17 juli 2020 niet meer worden ondertekend wanneer de transporteur de afvalstoffen bij de klant in ontvangst neemt. Klanten en bestemmelingen moeten het formulier wel steeds digitaal ontvangen. De toelichting bij het noodbesluit vermeldt dat de OVAM in samenwerking met de afdeling Handhaving de digitale traceerbaarheid van de afvalstoffen nauwgezet zal opvolgen.

- Inzamelaars, handelaars en makelaars van afvalstoffen dienen tot en met 17 juli 2020 bij het ophalen van bedrijfsrestafval geen visuele controle meer uit te voeren op het naleven van de sorteerplicht. Containers en andere recipiënten met restafval mogen bijgevolg worden meegenomen zonder ze te openen.

De minister kan de termijnen en einddata zoals opgenomen in het Noodbesluit wel verlengen.

Noodbesluit proceduretermijnen RvVb en HHC

De Vlaamse Regering heeft in uitvoering van het Nooddecreet op 27 maart 2020 maatregelen getroffen wat betreft de proceduretermijnen die gelden voor de Raad voor Vergunningsbetwistigen en het Handhavingscollege.

Dit besluit heeft tot gevolg dat:

- de termijnen om beroep in te stellen bij de RvVb en het HHC die lopen op 27 maart 2020 of die aanvangen in de periode vanaf 27 maart 2020 tot en met 24 april 2020 verlengd worden met 30 dagen;

- de vervaltermijnen vermeld in het DBRC-decreet en DBRC-procedurebesluit die lopen op 27 maart 2020 of die aanvangen in de periode vanaf 27 maart 2020 tot en met 24 april 2020 verlengd worden met 30 dagen, met uitzondering van de vervaltermijnen in vorderingen tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid;

- bij het behandelen van vorderingen tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid het voor de RvVb en de procespartijen vanaf 27 maart 2020 tot en met 24 april 2020 mogelijk wordt om een e-mail te gebruiken als betekeningswijze en een afwijkende zittingsregeling wordt voorzien;

De Minister kan de einddatum van 24 april 2020 verlengen. Deze verlenging kan de maximale duurtijd van de civiele noodsituatie (momenteel eindigend op 17 juli 2020) echter niet overschrijden.

Ook de voormelde termijnen van 30 dagen kunnen door de Minister worden verlengd. De duurtijd van deze verlenging kan de maximale duurtijd van de civiele noodsituatie (momenteel eindigend op 17 juli 2020) evenwel niet overschrijden.

Impact van Corona op uw omgevingsvergunning

De Vlaamse Regering heeft in uitvoering van het Nooddecreet op 24 maart 2020 maatregelen getroffen wat betreft de omgevingsvergunning.

Zonder hieromtrent verder in detail te treden, is het hierbij van belang het toepassingsgebied van het uitvoeringsbesluit in ogenschouw te nemen. Ook ‘lopende dossiers’ worden gevat door de maatregelen.

De maatregelen kort samengevat :

- de beslissingstermijn in de gewone procedure wordt met 60 dagen verlengd (van 105 of 120 dagen naar 165 of 180 dagen);

- de beslissingstermijn in de vereenvoudigde procedure wordt met 30 dagen verlengd (van 60 naar 90 dagen);

- de beslissingstermijn in graad van administratief beroep wordt verlengd met 60 dagen;

- de periode waarbinnen administratief beroep kan worden ingesteld (beroepstermijn) wordt met 30 dagen verlengd, van 30 naar 60 dagen;

- de lopende openbare onderzoeken worden opgeschort op 24 maart 2020 en verder gezet na 24 april 2020;

- nog niet gestarte openbare onderzoeken worden pas gestart na 24 april 2020.

De Minister kan de einddatum zoals opgenomen in het toepassingsgebied en de bovenstaande termijnen verlengen. Deze verlenging kan de maximale duurtijd van de civiele noodsituatie (momenteel eindigend op 17 juli 2020) echter niet overschrijden.

Dit neemt niet weg dat overheden niet geblokkeerd worden, indien zij kunnen optreden.

Er wordt aangeraden om waar mogelijk zo snel mogelijk stappen uit te voeren en te beslissen om zo aanvrager, beroepsindiener en burger niet te lang in het ongewisse te laten en de economische stilstand niet nog erger te maken.

Covid-19 en de Brusselse milieuwetgeving: nood-ordonnantie maar voorlopig nog een uitvoeringsmaatregelen

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft nog geen besluit uitgevaardigd over de toepassing van de termijnen van de milieuregelgeving in het licht van Covid-19. Nochtans werd de Regering daartoe gemachtigd via een Ordonnantie van 19 maart 2020. Sertius blijft de ontwikkelingen op de voet volgen.

Wil u meer weten over de maatregelen en/of over welke impact deze concreet hebben of kunnen hebben voor uw projecten, neem dan contact op via info@sertius.be of 016/31 70 80.

Klik hier voor de Waalse reglementering.

UPDATE:

De studiedag op 26 maart 2020 wordt omwille van het corona-virus geannuleerd en zal verplaatst worden naar het najaar. Een exacte datum staat nog niet vast. Hou onze website zeker in de gaten voor de nieuwe datum. De studiedag in mei zal wel doorgaan.

Word jij onze nieuwe collega?

Sertius is op zoek naar extra medewerkers, ga naar onze vacatures.

Studiedagen Sertius

Sertius organiseert in het voorjaar van 2020 drie seminaries waarin actuele topics uit het milieu- en omgevingsrecht op een kwaliteitsvolle en bevattelijke manier zullen worden gebracht.

We openen op donderdag 13 februari in Gent met een gevarieerde update milieuwetgeving om in te tweede seminarie te focussen op de draagwijdte van omgevingsvergunningsgerelateerde instrumenten van het Natuurdeceet. De derde studievoormiddag handelt over de omgevingsvergunningsaanvraag en reikt in het bijzonder aandachtspunten aan vanuit de wetgeving en de praktijk en sluit af met een aantal praktijkgerichte topics uit de rechtspraak.

Schrijf u in via dit formulier, het programma vindt u hier terug.

Het bodemattest en de opschortende voorwaarde: Hof van Cassatie brengt verduidelijking

In een arrest van 22 maart 2018 (C.17.0067.N) oordeelt het Hof van Cassatie:

“De verplichting om voor het sluiten van een overeenkomst betreffende de overdracht van gronden een bodemattest aan te vragen en aan de verwerver mee te delen en om de inhoud van het bodemattest in de onderhandse akte op te nemen, strekt er in de eerste plaats toe de verwerver te beschermen tegen het onbewust aankopen van vervuilde grond.

In het licht van deze doelstelling moet onder het begrip ‘overeenkomst betreffende de overdracht van gronden’ ook elke overeenkomst of eenzijdige rechtshandeling worden begrepen waarbij de verwerver zich reeds verbindt tot het aankopen van een grond.

(...)

Gelet op de voormelde doelstelling van artikel 101, § 1 en § 2 Bodemdecreet, namelijk het beschermen van de verwerver tegen het onbewust aankopen van vervuilde grond, kunnen de partijen niet rechtsgeldig een overeenkomst betreffende een overdracht van een grond sluiten onder de opschortende voorwaarde dat het overgedragen goed niet zal blijken te zijn aangetast door bodemverontreiniging die aanleiding geeft tot een saneringsverplichting ten laste van de eigenaar. In dergelijk geval verbindt de verwerver zich immers reeds tot de verwerving van een goed voordat hij kennis heeft kunnen nemen van de inhoud van een bodemattest waaruit blijkt dat het goed vervuild is, hetgeen de decreetgever precies heeft willen vermijden.

In het licht van de voormelde doelstelling kunnen zij daarentegen wel een overeenkomst betreffende de overdracht van grond sluiten onder de opschortende voorwaarde van het verkrijgen van een blanco bodemattest of een bodemattest waaruit blijkt dat er geen bodemverontreiniging is.

De omstandigheid dat artikel 116, § 1, Bodemdecreet bepaalt dat de verwerver de nietigheid kan vorderen van de overdracht die plaatsvond in strijd met artikel 101, staat hieraan niet in de weg. Het voorafgaand aan de overdracht opvragen en meedelen van een bodemattest en het opnemen van de inhoud ervan in de onderhandse akte zijn immers geen elementen die noodzakelijk zijn voor de totstandkoming van de overeenkomst.”

Laat een opmerking achter